ECLI:NL:RVS:2026:1057
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- C.J. Borman
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering paspoortaanvraag wegens twijfel aan echtheid documenten
Appellanten dienden namens hun minderjarige kind een aanvraag in voor een Nederlands paspoort, waarbij zij diverse documenten overlegden, waaronder een geboorteakte en identiteitsbevestiging uit Somalië. De minister weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat het Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst concludeerde dat deze documenten waarschijnlijk niet bevoegd waren opgemaakt en afgegeven, waardoor de identiteit en het Nederlanderschap van het kind niet konden worden vastgesteld.
Appellanten voerden aan dat het onderzoek naar de echtheid van de documenten slechts een formaliteit was en dat DNA-onderzoek hun ouderschap bevestigde. De Raad van State oordeelde echter dat het beleid van de minister zorgvuldig is en dat het Bureau Documenten een degelijk onderzoek heeft verricht. DNA-onderzoek kan alleen relevant zijn als de brondocumenten eerst positief worden beoordeeld.
De Raad van State bevestigde dat de minister op grond van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gelaten omdat de nodige zekerheid over identiteit en nationaliteit ontbrak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de minister om de paspoortaanvraag in behandeling te nemen wegens onvoldoende zekerheid over identiteit en nationaliteit.