ECLI:NL:RVS:2026:1072
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor publieksreclame receptgeneesmiddelen tijdens COVID-19 pandemie
De minister van Volksgezondheid legde aan [appellante sub 2], eigenaar van de website zelfzorgcovid19.nl, twee bestuurlijke boetes op wegens het maken van publieksreclame voor de receptgeneesmiddelen Hydroxychloroquine en Ivermectine ter behandeling van COVID-19. De Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd startte een onderzoek naar aanleiding van meldingen over de website en stelde vast dat de uitingen niet in overeenstemming waren met de productkenmerken van de geneesmiddelen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van [appellante sub 2] gegrond en vernietigde het boetebesluit, stellende dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met de bijzondere omstandigheden van de COVID-19-pandemie en dat een boete niet op zijn plaats was. Zowel de minister als [appellante sub 2] stelden hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de uitingen op de website kwalificeren als reclame in de zin van de Geneesmiddelenwet en dat de beperkingen op de vrijheid van meningsuiting gerechtvaardigd zijn vanwege het beschermen van de volksgezondheid. De Afdeling stelt dat de minister terecht boetes heeft opgelegd, ook gezien de ernst van de overtredingen en het grote bereik van de uitingen. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van [appellante sub 2] ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boetes voor publieksreclame van receptgeneesmiddelen tijdens de COVID-19-pandemie worden bevestigd en het beroep van [appellante sub 2] wordt ongegrond verklaard.