ECLI:NL:RVS:2026:1086
Raad van State
- Hoger beroep
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor damwand wegens negatieve welstandstoets
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 22 december 2020 een omgevingsvergunning voor de bouw van een damwand op een perceel in Den Haag, waarbij werd afgeweken van het bestemmingsplan. Na bezwaar van omwonenden verklaarde het college op 11 juni 2021 de bezwaren gegrond en weigerde alsnog de vergunning, gebaseerd op een negatief welstandsadvies dat was uitgebracht na nieuwe informatie.
De rechtbank vernietigde het besluit van 11 juni 2021 wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen van de weigering in stand. Het hoger beroep richtte zich tegen deze beslissing. De Raad van State oordeelde dat het college het negatieve welstandsadvies terecht aan het besluit ten grondslag heeft gelegd, omdat het eerste positieve advies was gebaseerd op onvolledige informatie en het college een volledige heroverweging moest maken.
Verder stelde de Raad van State vast dat appellant voldoende procesbelang heeft, ondanks dat hij het perceel heeft verkocht, omdat zijn zoon de eigenaar is en hij financieel belang heeft bij het behoud van de damwand. Het beroep op onevenredigheid van de weigering werd verworpen, aangezien strijdigheid met redelijke eisen van welstand een zelfstandige weigeringsgrond is, los van het bestemmingsplan.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de omgevingsvergunning definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de damwand op basis van een negatief welstandsadvies.