ECLI:NL:RVS:2026:1116
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie in hoger beroep
Appellant is bij besluit van 18 januari 2026 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 januari 2026 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat het hoger beroep niet tot vernietiging leidt.
De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer op 27 februari 2026.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bewaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.