ECLI:NL:RVS:2026:1265
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 29 augustus 2025 is afgewezen. Tevens weigerde de minister ambtshalve een reguliere verblijfsvergunning te verlenen. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 februari 2026 het besluit van de minister vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld en heeft verzoeker tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de Raad van State. De voorzieningenrechter heeft op 5 maart 2026 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen.
De minister is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar door voorzieningenrechter C.J. Borman.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet en krijgt opvang en verstrekkingen totdat het hoger beroep is beslist.