ECLI:NL:RVS:2026:1320
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en wijziging CO2-uitstoot bij herregistratie motorvoertuig in Nederland
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing door de RDW van een verzoek tot wijziging van de geregistreerde CO2-uitstoot van een ingevoerd voertuig in het Nederlandse kentekenregister. De RDW had de CO2-uitstoot vastgesteld op basis van de hoogste waarde uit een range die uit de Europese typegoedkeuring bleek, omdat het Spaanse kentekenbewijs geen CO2-waarde vermeldde.
De appellant stelde dat deze werkwijze in strijd is met het Unierecht, met name artikel 110 VWEU Pro, omdat zij een lagere CO2-uitstoot kon aantonen aan de hand van een lijst van zeventig gelijksoortige referentievoertuigen met een lagere CO2-uitstoot. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad van State oordeelt anders.
De Raad van State stelt dat de RDW belanghebbenden de mogelijkheid moet bieden om met andere beschikbare documentatie aannemelijk te maken dat de geregistreerde CO2-uitstoot onjuist is. De interne werkwijze van de RDW om zonder meer de hoogste waarde uit de range te hanteren is in strijd met de doelstellingen van de geharmoniseerde Europese typegoedkeuring en de Kentekenbewijzenrichtlijn.
De Raad van State vernietigt het bestreden besluit en draagt de RDW op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin de CO2-uitstoot wordt vastgesteld op 135 gr/km, conform de referentievoertuigen. Tevens wordt de RDW veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De RDW moet de CO2-uitstoot van het voertuig vaststellen op 135 gr/km en het besluit tot afwijzing van het wijzigingsverzoek vernietigen.