ECLI:NL:RVS:2026:1329
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning rookkanaal ondanks hinder en toetsing bouwbesluit
Het college van burgemeester en wethouders van Heemstede verleende een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een rookkanaal op een woning. Een omwonende, appellante, ervaart hinder van het stoken van hout en betwist de rechtmatigheid van de vergunningverlening. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond vanwege een ontbrekende beoordeling van artikel 7.22 van het Bouwbesluit, maar liet de rechtsgevolgen van de vergunning in stand omdat het college deze beoordeling later alsnog uitvoerde.
Appellante stelde in hoger beroep dat de aanvraag onvolledig was, het rookkanaal in strijd was met het bestemmingsplan en niet voldeed aan redelijke eisen van welstand. Ook voerde zij aan dat het college de vergunning had moeten weigeren wegens strijd met het Bouwbesluit. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanvraag voldeed aan de vereisten, het rookkanaal als ondergeschikt bouwonderdeel niet in strijd was met het bestemmingsplan, en het college het welstandsadvies terecht had overgenomen.
Ten aanzien van het Bouwbesluit overwoog de Afdeling dat artikel 7.22 betrekking heeft op het gebruik van het bouwwerk en niet op de bouwkundige staat, zodat dit artikel geen grond voor weigering van de vergunning kon vormen. Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van het college verviel. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor het rookkanaal blijft in stand.