ECLI:NL:RVS:2018:2918
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor kachelpijp ondanks geuroverlast en strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo verleende op 11 januari 2016 een omgevingsvergunning voor een kachelpijp op een aanbouw aan een woning. Appellant, wonend naast het perceel, ervaart rook- en geuroverlast en betwist de rechtmatigheid van de vergunningverlening en het daaropvolgende bezwaar- en beroepsproces.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De appellant voerde onder meer aan dat het college onvoldoende onderzoek had verricht naar de hinder door rook en geur en dat de vergunning in strijd was met het bestemmingsplan en het Bouwbesluit 2012.
De Raad van State oordeelt dat het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb van toepassing is, waardoor appellant zich niet kan beroepen op bepaalde bouwbesluitartikelen die niet zijn geschreven ter bescherming van zijn belangen. Tevens is het onderzoek van het college, waaronder visuele inspecties en buurtonderzoek, voldoende om aan te nemen dat er geen hinder is in de zin van artikel 7.22 Bouwbesluit.
De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.