ECLI:NL:RVS:2026:1360
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- M. den Heyer
- J.A.W. Huijben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag na definitieve berekening op basis van hoger toetsingsinkomen
De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van appellant over 2022 definitief berekend op nul euro, omdat het toetsingsinkomen hoger bleek dan het geschatte inkomen waarop het voorschot was gebaseerd. Hierdoor werd het betaalde voorschot van € 2.026,00 teruggevorderd. Appellant, die een Wajong-uitkering ontvangt, voerde aan dat de verhoging van zijn uitkering wegens hulpbehoevendheid geheel buiten beschouwing had moeten blijven op grond van het vertrouwensbeginsel en de hardheidsclausule.
De Afdeling stelt vast dat appellant geen aannemelijke toezeggingen of gedragingen van de overheid heeft gesteld die het vertrouwensbeginsel rechtvaardigen. Ook is er geen wettelijke grondslag voor een bredere toepassing van de hardheidsclausule dan de specifieke uitzonderingen in het Besluit huurtoeslag. De terugvordering is gebaseerd op het feit dat het daadwerkelijke toetsingsinkomen hoger was dan het geschatte inkomen.
Appellant voerde verder aan dat de terugvordering onevenredig is vanwege zijn financiële situatie en eerdere terugvorderingen. De Afdeling oordeelt dat de financiële situatie geen aanleiding geeft tot matiging van de terugvordering en dat een betalingsregeling mogelijk is. De Afdeling bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de huurtoeslag over 2022 wordt bevestigd.