ECLI:NL:RVS:2026:1361

Raad van State

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
202200764/3/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 4.6 lid 3 Invoeringswet OmgevingswetArt. 7.1.1 Verordening Romte Fryslân 2014Art. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan Leeuwarden Arken en woonschepen wegens onvoldoende borging ecologische hoofdstructuur

De Vereniging van Eigenaren Suder Burd en anderen hebben beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan 'Leeuwarden - Arken en woonschepen' vastgesteld op 1 december 2021 en het herstelbesluit van 12 februari 2025. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een tussenuitspraak vastgesteld dat het bestemmingsplan niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende gemotiveerd is met betrekking tot de ecologische hoofdstructuur (EHS), met name over steigers, loopplanken, buitenverlichting en lozingen.

De raad van Leeuwarden heeft het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld, maar de Afdeling oordeelt dat de borging van de genoemde aspecten onvoldoende is omdat de planregels slechts bouwregels bevatten en geen gebruiksregels, waardoor na vergunningverlening ongewenste situaties kunnen ontstaan. Ook is het lozingsverbod niet adequaat geregeld voor de bestemming 'Tuin - Erf bij recreatie-ark'.

De Afdeling vernietigt daarom het bestemmingsplan en het herstelbesluit voor zover gebruiksregels ontbreken die het gebruik van steigers en loopplanken die niet vrij over de oeverzone liggen, verstorende buitenverlichting en lozingen op het oppervlaktewater verbieden. De Afdeling voorziet zelf in de zaak door gebruiksregels toe te voegen en draagt de raad op deze binnen vier weken in het plan te verwerken. Tevens worden de proceskosten aan de raad opgelegd.

Uitkomst: Het bestemmingsplan en het herstelbesluit worden vernietigd voor zover gebruiksregels ontbreken die steigers, buitenverlichting en lozingen reguleren, met toevoeging van gebruiksregels door de Afdeling.

Uitspraak

202200764/3/R3.
Datum uitspraak: 11 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Vereniging van Eigenaren Suder Burd te Grou (de VvE), gevestigd in Grou, gemeente Leeuwarden, en anderen,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Leeuwarden,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4762 (de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in het besluit van 1 december 2021 te herstellen.
Bij besluit van 12 februari 2025 (het herstelbesluit) heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Leeuwarden - Arken en woonschepen" (het bestemmingsplan) gewijzigd vastgesteld.
Daartoe in de gelegenheid gesteld hebben de VvE en anderen een zienswijze naar voren gebracht over de wijze waarop de raad het gebrek heeft hersteld.
De raad, [partij] en anderen en de VvE en anderen hebben allen een nader stuk ingediend.
Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb heeft de Afdeling bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 16 april 2020 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Tussenuitspraak
2.       De Afdeling heeft in de tussenuitspraak het volgende overwogen. Onder 17.4 is gewezen op de Quickscan flora en fauna en toets EHS van Staro van december 2016 (de Quickscan). De Quickscan gaat er voor de beoordeling dat geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur (EHS) plaatsvindt vanuit dat steigers en loopplanken over de oeverzone heen zullen lopen en dat geen, of alleen speciale, buitenverlichting toegepast zal worden. Het bestemmingsplan staat echter toe dat steigers en loopplanken niet over de oeverzone heenlopen, en dat er andere buitenverlichting aangebracht wordt dan waar de Quickscan vanuit gaat. Gelet op dit verschil tussen de in de Quickscan beschreven maatregelen en wat het bestemmingsplan toestaat heeft de Afdeling geoordeeld dat het bestemmingsplan op deze punten niet zorgvuldig is voorbereid en voorzien is van een gebrekkige motivering, waardoor niet is uitgesloten dat een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS kan plaatsvinden.
Onder 17.6 is overwogen dat uit de plantoelichting en de daarbij opgenomen stukken niet blijkt of de recreatiearken worden aangesloten op het riool of hoe hun afvalwater anderszins wordt afgevoerd en wat de gevolgen kunnen zijn van eventuele lozingen op het water dat behoort tot de EHS. De Afdeling heeft daarom geoordeeld dat onvoldoende beschreven en onderzocht is wat de gevolgen zijn van lozingen op het water dat is aangewezen als EHS water en of dit significante gevolgen kan hebben.
Om deze redenen is onder 18 en 27 overwogen dat het besluit van 1 december 2021 is vastgesteld in strijd met artikel 7.1.1 van de Verordening Romte Fryslân 2014 (de Verordening) en de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Dit oordeel heeft alleen betrekking op de plandelen met de bestemming "Water", de bestemming "Tuin - Erf bij recreatie-ark" en de functieaanduidingen "specifieke vorm van water - ehs 8027", "specifieke vorm van water - ehs 8026", "specifieke vorm van water - ehs 8025", "specifieke vorm van water - recreatie-ark", voor zover toegekend aan de gronden en het water aan de oostkant van/bij landtong De Burd.
De Afdeling heeft de raad daarom opgedragen om de omschreven gebreken te herstellen door:
-  alsnog in de planregels te borgen dat de steigers en loopplanken over de oeverzone heen zullen lopen;
- alsnog in de planregels te borgen dat geen of alleen speciale buitenverlichting is toegestaan;
- alsnog in de planregels te borgen dat lozen op het water is verboden, en dus een gewijzigd of nieuw besluit te nemen; of
- met een aanvullend onderzoek te onderbouwen waarom het niet borgen van (een of meer van) deze aspecten in het plan niet zal leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS en het plan desondanks voorziet in een passende bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gronden.
Eindoordeel over het beroep tegen de vaststelling van het bestemmingsplan van 1 december 2021
3.       De Afdeling geeft eerst een eindoordeel over het beroep van de VvE en anderen tegen het besluit van 1 december 2021. Dit beroep is gelet op wat de Afdeling in haar tussenuitspraak heeft geoordeeld gegrond. Het besluit is namelijk vastgesteld in strijd met artikel 7.1.1 van de Verordening en de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Daarom wordt het besluit vernietigd, voor zover het ziet op de plandelen waardoor drie recreatiearken mogelijk gemaakt worden aan de zuid- en oostkant bij de Suder Burd in Grou (de drie recreatiearken). Deze plandelen hebben de bestemmingen "Water" en "Tuin - Erf bij recreatieark" en de functieaanduidingen "specifieke vorm van water - EHS 8025", "specifieke vorm van water - EHS 8026", "specifieke vorm van water - EHS 8027" en "specifieke vorm van  water — recreatie-ark".
Het herstelbesluit
4.       Met het herstelbesluit heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. Daarbij zijn wijzigingen doorgevoerd voor de plandelen van de drie recreatiearken. In het bestemmingsplan van 1 december 2021 waren aan de gronden van de drie recreatiearken de bestemmingen "Water" en "Tuin - Erf bij recreatie-ark" toegekend. Dit is door het herstelbesluit niet veranderd. De raad heeft met het herstelbesluit de planregels voor deze bestemmingen in de artikelen 3 en 6 gewijzigd. Daarnaast heeft de raad enkele begrippen toegevoegd in artikel 1 van Pro de planregels. De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
De raad heeft met het herstelbesluit planregels in het bestemmingsplan opgenomen om te borgen dat op gronden met deze bestemmingen steigers en loopplanken over de oeverzone heen zullen lopen. Daarnaast zijn planregels opgenomen om te borgen dat geen buitenverlichting is toegestaan, tenzij het speciale buitenverlichting betreft die geen verstorend effect heeft. Ook zijn planregels opgenomen om te borgen dat het lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit de recreatiearken op het water is verboden.
Het beroep tegen het herstelbesluit
Het herstelbesluit is onderwerp van dit geding
5.       Het herstelbesluit wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. Voor de VvE en anderen is hiermee een beroep van rechtswege tegen het herstelbesluit ontstaan. Zij hebben in hun zienswijze aangegeven zich niet met het herstelbesluit te kunnen verenigen. De Afdeling zal hieronder de beroepsgronden van de VvE en anderen tegen het herstelbesluit behandelen.
Borging in de bouwregels
6.       De VvE en anderen betogen dat de raad niet heeft voldaan aan de herstelopdracht. Zij voeren daarvoor aan dat er alleen borging in de bouwregels heeft plaatsgevonden, waaraan alleen wordt getoetst op het moment dat een omgevingsvergunning voor bouwen wordt aangevraagd. Daardoor is het volgens de VvE en anderen mogelijk dat na vergunningverlening en de bouw van de arken alsnog steigers en loopplanken worden gelegd die niet over de oeverzone heenlopen. Ook is het dan mogelijk om verstorende buitenverlichting aan te brengen en te lozen op het water, zo stellen zij. Voor zover loopplanken en steigers alleen bouwwerken zijn is niet uitgesloten dat deze vergunningsvrij gerealiseerd en gebruikt kunnen worden, aldus de VvE en anderen. De VvE betoogt dan ook dat er ook gebruiksregels in de planregels opgenomen hadden moeten worden voor een goede borging. De VvE en anderen wijzen er nog op dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat de met het herstelbesluit opgenomen planregels niet zijn aan te merken als bouwregels. Daaruit volgt dat de raad beoogd heeft om ook gebruiksregels op te nemen terwijl hij daar niet in is geslaagd, zo stellen de VvE en anderen. De VvE en anderen betogen dat het besluit daarom in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is genomen.
Daarnaast betogen de VvE en anderen dat het verbod op verstorende buitenverlichting voor de bestemming "Tuin - erf bij recreatie-ark" ten onrechte alleen ziet op bijbehorende bouwwerken. Zij voeren daarvoor aan dat buitenverlichting niet per definitie een bijbehorend bouwwerk is, of onderdeel daarvan. Daardoor staan de planregels er niet aan in de weg dat verstorende buitenverlichting op deze bestemming wordt veroorzaakt.
6.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat de regels inhoudelijk niet beperkt zijn tot de activiteit bouwen. Daarbij stelt hij dat het gebruik maken van de koppen "bouwregels" en "gebruiksregels" niet bepalend is voor de inhoud van de regel.
6.2.    De Afdeling overweegt eerst dat de planregels die specifiek betrekking hebben op de positie van de steigers en loopplanken, de buitenverlichting en het lozen bouwregels zijn. De artikelen 3.2, onder b, en onder c, 6.2.1 en 6.2.2 bepalen in de aanhef namelijk dat de regels daarin gelden voor het bouwen van respectievelijk recreatie-arken, steigers, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde. Daarmee zien deze regels ook gelet op hun inhoud alleen maar op het bouwen van deze bouwwerken. Deze bepalingen zijn ook opgenomen onder de titel "bouwregels". Aangezien deze planregels bouwregels zijn, zijn deze slechts van betekenis voor toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen aan het bestemmingsplan. De Afdeling verwijst daarvoor naar haar uitspraak van 26 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5767.
Uit wat de raad heeft aangevoerd blijkt dat hij wel tot doel heeft gehad om over de steigers/loopplanken, de buitenverlichting en het lozen niet alleen bouwregels, maar ook gebruiksregels op te nemen. De raad heeft namelijk aangegeven dat in zijn optiek de regels voor zowel de steigers/loopplanken, de buitenverlichting en het lozen inhoudelijk niet beperkt zijn tot de activiteit bouwen. Om deze reden is het herstelbesluit vastgesteld in strijd met de vereiste zorgvuldigheid en daarom in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb.
Het betoog slaagt.
6.3.    De Afdeling zal na het bespreken van de overige beroepsgronden ingaan op de gevolgen die het slagen van dit betoog heeft. Dan zal de Afdeling ook ingaan op het betoog van de VvE en anderen dat het verbod op verstorende buitenverlichting voor de bestemming "Tuin - erf bij recreatie-ark" ten onrechte alleen is opgenomen voor bijbehorende bouwwerken.
Geen borging lozingsverbod in de bestemming "Tuin - erf bij recreatie-ark"
7.       De VvE en anderen betogen dat het verbod om te lozen op het water ten onrechte niet ook is opgenomen in de planregels voor de gronden met de bestemming "Tuin - erf bij recreatie-ark". Zij stellen dat er zich binnen de plandelen met deze bestemming ook water bevindt dat beschermd moet worden tegen lozingen.
7.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat uit overweging 17.5 van de tussenuitspraak blijkt dat de herstelopdracht geen betrekking heeft op de bestemming "Tuin - erf bij recreatie-ark".
7.2.    Voor zover de VvE en anderen hiermee betogen dat niet goed uitvoering is gegeven aan de herstelopdracht overweegt de Afdeling als volgt. In het beroepschrift hebben de VvE en anderen betoogd dat in de planvoorschriften niet is voorgeschreven dat de arken niet mogen lozen op het oppervlaktewater. Dit betoog richtte zich op de recreatiearken. De Afdeling is in de tussenuitspraak onder 17.5 en 17.6 dan ook ingegaan op de gronden waarop de recreatiearken in het bestemmingsplan zijn toegestaan. Dat betreft de gronden met de bestemming "Water". Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad de herstelopdracht over het lozen dan ook zo uit kunnen leggen, dat dit alleen betrekking had op de gronden met de bestemming "Water".
Voor zover de VvE en anderen in hun zienswijze betogen dat in het bestemmingsplan ten onrechte niet verboden is om te lozen vanaf de gronden met de bestemming "Tuin - Erf bij recreatieark" overweegt de Afdeling dat dit voor het eerst is aangevoerd na de tussenuitspraak. Hiermee hebben de VvE en anderen hun beroepsgronden na de tussenuitspraak uitgebreid met nieuwe, niet eerder aangedragen beroepsgronden die zij al tegen het oorspronkelijke besluit naar voren hadden kunnen brengen. Dit is gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting en de rechtszekerheid van de andere partijen, in het licht van de goede procesorde, niet aanvaardbaar. De Afdeling laat wat de VvE en anderen in dit verband aanvoeren, dan ook buiten bespreking.
Het betoog slaagt niet.
Tegenstrijdigheid van de planregels
8.       De VvE en anderen betogen dat de planregels innerlijk tegenstrijdig zijn. Zij wijzen erop dat artikel 6.1 van de planregels bepaalt dat het terrein bij de recreatieark moet worden ingericht in overeenstemming met het beheerplan van de gemeente Leeuwarden, zoals neergelegd in het stedenbouwkundig en landschapsplan de Burd in Grou van oktober 2018 (het beheerplan). Daarin is voorgeschreven dat er betonnen damwanden moeten komen. Artikel 1.30 van de planregels bepaalt dat bij een oeverzone sprake moet zijn van een dynamisch samenspel van land en water. Dit is door de betonnen damwanden echter niet meer mogelijk, zo betogen de VvE en anderen.
De VvE en anderen betogen dat hierdoor op de plaats van de betonnen damwanden niet is geborgd dat steigers en loopplanken vrij over de oever heenlopen. Zij stellen dat uit de Quickscan volgt dat dit wel had gemoeten.
De VvE en anderen betogen dat niet duidelijk is wat bedoeld wordt met over de oeverzone heenlopen. Bedoeld lijkt te zijn dat de steigers op palen staan en niet op de grond liggen, maar dat is niet duidelijk geregeld.
8.1.    Voor het bestaan van een oeverzone moet sprake zijn van een dynamisch samenspel tussen land en water. Dit volgt uit de definitie van "oeverzone" in artikel 1.30 van de planregels. In tegenstelling tot de VvE en anderen ziet de Afdeling geen reden om op voorhand aan te nemen dat door het plaatsen van damwanden er geen sprake meer kan zijn van een dynamisch samenspel tussen land en water in de zin van deze definitie. Er staat namelijk alleen vast dat er damwanden moeten komen, maar niet hoe en waar deze zullen worden gerealiseerd. De Afdeling ziet daarom geen grond voor het oordeel dat de planregels op dit punt innerlijk tegenstrijdig zijn.
Het betoog slaagt in zoverre niet.
8.2.    De Afdeling overweegt verder dat als er door de plaatsing van damwanden niet langer sprake is van een oeverzone er ook geen steigers en loopplanken zijn toegestaan. Deze moeten namelijk vrij over de tussenliggende oeverzone liggen. In dat geval zullen steigers en loopplanken dus niet zorgen voor een aantasting van de oever.
Het betoog slaagt ook in zoverre niet.
8.3.    De planregels bepalen niet dat steigers en loopplanken over de oeverzone moeten lopen, maar dat deze vrij over de tussenliggende oeverzone moeten liggen, teneinde aantasting daarvan te voorkomen. Dit houdt in dat de steigers en loopplanken niet in de tussenliggende oeverzone terecht mogen komen. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de planregels op dit punt onduidelijk zijn.
Het betoog slaagt ook in zoverre niet.
Conclusie beroep bestemmingsplan van 12 februari 2025
9.       Het van rechtswege ontstane beroep tegen het herstelbesluit van 12 februari 2025 is gegrond. Het bestemmingsplan moet worden vernietigd voor zover voor de gronden van de recreatiearken en bijbehorende erven geen gebruiksregels zijn opgenomen waarmee geborgd wordt dat
1. steigers en loopplanken niet gebruikt mogen worden als deze niet vrij over de tussenliggende oeverzone liggen;
2. buitenverlichting niet is toegestaan, tenzij gebruik wordt gemaakt van speciale buitenverlichting die geen uitstralende lichtverstoring kan veroorzaken, zoals licht afschermende armaturen;
Daarnaast moet het bestemmingsplan worden vernietigd voor zover voor de gronden van de recreatiearken geen gebruiksregel is opgenomen waarmee geborgd wordt het lozen van huishoudelijk afvalwater op het oppervlaktewaterlichaam niet is toegestaan.
Zelf in de zaak voorzien
10.     Uit wat onder 6.2 is overwogen blijkt dat de raad beoogd heeft om over de steigers/loopplanken, de buitenverlichting en het lozen gebruiksregels in het bestemmingsplan op te nemen. De VvE en anderen hebben daarbij betoogd dat de raad heeft nagelaten deze gebruiksregels op te nemen. Gelet hierop en omdat verder niet aannemelijk is dat derde-belanghebbenden in hun belangen zouden kunnen worden geschaad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien, door aan de planregels de volgende gebruiksregels toe te voegen.
11.     Aan artikel 3.4 van de planregels wordt een nieuw onderdeel i toegevoegd. Daardoor komt artikel 3.4, aanhef en onder i, als volgt te luiden:
Artikel 3 Water Pro
(…)
3.4 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
(…)
i. ter plaatse van de gronden met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van water - EHS 8025', 'specifieke vorm van water - EHS 8026' en 'specifieke vorm van water - EHS 8027' het gebruiken en laten gebruiken van de gronden en bouwwerken voor:
1. steigers en loopplanken en andere constructies ten behoeve van de recreatie-arken die niet vrij over de tussenliggende oeverzone liggen;
2. buitenverlichting, tenzij gebruik wordt gemaakt van speciale buitenverlichting die geen uitstralende lichtverstoring kan veroorzaken, zoals licht afschermende armaturen;
3. lozen van huishoudelijk afvalwater op het oppervlaktewaterlichaam;
12.     Aan artikel 6.4.1 van de planregels wordt een nieuw onderdeel c toegevoegd. Daardoor komt artikel 6.4.1, aanhef en onder c, als volgt te luiden:
Artikel 6 Tuin Pro - Erf bij recreatie-ark
(…)
6.4 Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
(…)
c. ter plaatse van de gronden met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van water - EHS 8025', 'specifieke vorm van water - EHS 8026' en 'specifieke vorm van water - EHS 8027' het gebruiken en laten gebruiken van de gronden en bouwwerken voor:
1. steigers en loopplanken en andere constructies ten behoeve van de recreatie-arken die niet vrij over de tussenliggende oeverzone liggen;
2. buitenverlichting, tenzij gebruik wordt gemaakt van speciale buitenverlichting die geen uitstralende lichtverstoring kan veroorzaken, zoals licht afschermende armaturen;
13.     De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening.
14.     Omdat hierdoor voor zowel de recreatiearken als de bij de recreatiearken behorende erven het gebruik van niet-speciale buitenverlichting geheel niet is toegestaan, ziet de Afdeling geen reden meer om in te gaan op het betoog van de VvE en anderen dat er ten onrechte alleen een planregel in de bouwregels voor bijbehorende bouwwerken was opgenomen.
Proceskosten
15.     De raad moet de proceskosten vergoeden.
Samenvatting
16.     Dit betekent dat voor de gronden van de recreatiearken en de bijbehorende erven het bestemmingsplan zoals gewijzigd is vastgesteld blijft gelden. Daaraan worden echter gebruiksregels toegevoegd. Daardoor staat het bestemmingsplan het op de percelen van de recreatiearken en bijbehorende erven niet toe om steigers en loopplanken te gebruiken die niet vrij over de oeverzone liggen. Ook staat het bestemmingsplan het niet toe om daar andere dan niet-verstorende buitenverlichting te gebruiken. Verder staat het bestemmingsplan niet toe om te lozen op het oppervlaktewater met de bestemming "Water".
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het beroep van Vereniging van Eigenaren Suder Burd te Grou en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Leeuwarden van 1 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Arken en woonschepen" gegrond;
II.       vernietigt dit besluit voor zover het betreft de plandelen bij de Suder Burd in Grou met de bestemmingen "Water" en "Tuin - Erf bij recreatie-ark" in combinatie met de functieaanduidingen "specifieke vorm van water - EHS 8025", "specifieke vorm van water - EHS 8026" en "specifieke vorm van water - EHS 8027";
III.      verklaart het beroep van Vereniging van Eigenaren Suder Burd en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Leeuwarden van 12 februari 2025 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Arken en woonschepen" gegrond;
IV.      vernietigt dit besluit voor zover niet in gebruiksregels is voorzien waardoor tot een strijdig gebruik met de bestemming "Water" wordt gerekend, het ter plaatse van de gronden met de functieaanduidingen "specifieke vorm van water - EHS 8025", "specifieke vorm van water - EHS 8026" en "specifieke vorm van water - EHS 8027" en "specifieke vorm van water - recreatie-ark", gebruiken of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken voor:
1. steigers, loopplanken en andere constructies ten behoeve van de recreatie-arken die niet vrij over de tussenliggende oeverzone liggen;
2. buitenverlichting, tenzij gebruik wordt gemaakt van speciale buitenverlichting die geen uitstralende lichtverstoring kan veroorzaken, zoals licht afschermende armaturen;
3. het lozen van huishoudelijk afvalwater op het oppervlaktewaterlichaam;
V.       vernietigt dit besluit voor zover niet in gebruiksregels is voorzien waardoor tot een strijdig gebruik met de bestemming "Tuin - Erf bij recreatie-ark" wordt gerekend, het ter plaatse van de gronden met de functieaanduidingen "specifieke vorm van water - EHS 8025", "specifieke vorm van water - EHS 8026" en "specifieke vorm van water - EHS 8027" en "specifieke vorm van water - recreatie-ark", gebruiken of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken voor:
1. steigers, loopplanken en andere constructies ten behoeve van de recreatie-arken die niet vrij over de tussenliggende oeverzone liggen;
2. buitenverlichting, tenzij gebruik wordt gemaakt van speciale buitenverlichting die geen uitstralende lichtverstoring kan veroorzaken, zoals licht afschermende armaturen;
VI.      bepaalt dat aan artikel 3.4 van de planregels na onderdeel h het volgende onderdeel wordt toegevoegd:
i. ter plaatse van de gronden met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van water - EHS 8025', 'specifieke vorm van water - EHS 8026' en 'specifieke vorm van water - EHS 8027' het gebruiken en laten gebruiken van de gronden en bouwwerken voor:
1. steigers en loopplanken en andere constructies ten behoeve van de recreatie-arken die niet vrij over de tussenliggende oeverzone liggen;
2. buitenverlichting, tenzij gebruik wordt gemaakt van speciale buitenverlichting die geen uitstralende lichtverstoring kan veroorzaken, zoals licht afschermende armaturen;
3. lozen van huishoudelijk afvalwater op het oppervlaktewaterlichaam;
VII.     bepaalt dat aan artikel 6.4.1 van de planregels na onderdeel b het volgende onderdeel wordt toegevoegd:
c. ter plaatse van de gronden met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van water - EHS 8025', 'specifieke vorm van water - EHS 8026' en 'specifieke vorm van water - EHS 8027' het gebruiken en laten gebruiken van de gronden en bouwwerken voor:
1. steigers en loopplanken en andere constructies ten behoeve van de recreatie-arken die niet vrij over de tussenliggende oeverzone liggen;
2. buitenverlichting, tenzij gebruik wordt gemaakt van speciale buitenverlichting die geen uitstralende lichtverstoring kan veroorzaken, zoals licht afschermende armaturen;
VIII.    bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit van 12 februari 2025;
IX.      draagt de raad van de gemeente Leeuwarden op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor vermelde onderdelen IV, V, VI en VII worden verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening;
X.       veroordeelt de raad van de gemeente Leeuwarden tot vergoeding van bij Vereniging van Eigenaren Suder Burd te Grou en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.335,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij de betaling van genoemd bedrag aan één van hen de raad aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;
XI.      gelast dat de raad van de gemeente Leeuwarden aan Vereniging van Eigenaren Suder Burd te Grou en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen de raad aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzitter, en mr. B. Meijer en mr. H. Benek, leden, in tegenwoordigheid van mr. L. Brouwers, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
voorzitter
w.g. Brouwers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026
1080
Bijlage
Wettelijk kader
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 3:2
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
Artikel 3:46
Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.
Verordening Romte Fryslân 2014
Artikel 7.1.1
1. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur zoals begrensd op de van deze verordening deel uitmakende kaart Natuur voorziet in een passende bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gronden.
2. Een ruimtelijk plan voor gronden zoals bedoeld in het eerste lid maakt geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden, of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur.
3. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gronden nabij de ecologische hoofdstructuur kan nieuwe, niet-agrarische activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, mits die niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur.
Planregels bestemmingsplan "Leeuwarden - Arken en woonschepen", zoals deze luidden na het herstelbesluit van 12 februari 2025
Artikel 1 Begrippen Pro
In deze regels wordt verstaan onder:
(…)
1.22 huishoudelijk afvalwater:
afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden;
(…)
1.26 loopplank:
een constructie om vanaf de wal op een ark of woonschip te kunnen komen en omgekeerd;
(…)
1.30 oeverzone:
gebied op de grens van water en land waar het dynamisch samenspel van land en water plaatsvindt, lopend van waterpeil tot de insteek van het water op het land ter hoogte van het land peil;"
1.31 oppervlaktewaterlichaam:
samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers alsmede flora en fauna;
(…)
Artikel 3 Water Pro
(…)
3.2 Bouwregels
(…)
b. Voor het bouwen van recreatie-arken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - recreatie-ark' gelden de volgende regels:
1. de recreatie-ark inclusief de aan de recreatie-ark bevestigde al dan niet drijvende constructie(s) mogen uitsluitend liggen binnen het water dat zich bevindt tussen de watergrens en de denkbeeldige lijn parallel aan de watergrens op een afstand gerekend vanaf de watergrens zoals die ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - recreatie-ark' is aangegeven met de aanduiding 'maximum breedte (m)', met dien verstande dat ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van water - EHS 8025', 'specifieke vorm van water - EHS 8026' en 'specifieke vorm van water - EHS 8027' steigers en loopplanken en andere constructies die de recreatie-ark verbinden met de gronden behorende tot de bestemming 'Tuin - Erf bij recreatie-ark' vrij over de tussenliggende oeverzone moeten liggen, teneinde aantasting daarvan te voorkomen;
(…)
7. aan en bij de recreatie-arken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - EHS 8025', 'specifieke vorm van water - EHS 8026' en 'specifieke vorm van water - EHS 8027' en op de daarbij behorende gronden met de bestemming 'Tuin - Erf bij recreatie-ark' is buitenverlichting niet toegestaan, tenzij gebruik wordt gemaakt van speciale buitenverlichting die geen uitstralende lichtverstoring kan veroorzaken, zoals licht afschermende armaturen;
8. voor de recreatie-arken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - EHS 8025', 'specifieke vorm van water - EHS 8026' en 'specifieke vorm van water - EHS 8027' is het lozen van huishoudelijk afvalwater op het oppervlaktewaterlichaam verboden.
c. Voor het bouwen van steigers gelden de volgende regels:
1. steigers mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'maximum breedte (m)' worden gebouwd, en met dien verstande dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.2, sub b onder 1;
Artikel 6 Tuin Pro - Erf bij recreatie-ark
(…)
6.2.1 Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken op een erf bij een nabijgelegen recreatie-ark gelden de volgende regels:
c. op de erven behorende bij de aanduidingen 'specifieke vorm van water - EHS 8025', 'specifieke vorm van water - EHS 8026' en 'specifieke vorm van water - EHS 8027' dienen steigers en loopplanken en andere constructies ten behoeve van de recreatie-arken vrij over de tussenliggende oeverzone te liggen, teneinde aantasting daarvan te voorkomen;
d. buitenverlichting op de bij de aanduiding 'specifieke vorm van water - EHS 8025', 'specifieke vorm van water - EHS 8026' en 'specifieke vorm van water - EHS 8027' behorende erven is niet toegestaan, tenzij gebruik wordt gemaakt van speciale buitenverlichting die geen uitstralende lichtverstoring kan veroorzaken, zoals licht afschermende armaturen."
6.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels:
a. uitsluitend bestaande bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan;
b. in afwijking van het gestelde onder 6.2.2a mogen steigers worden gebouwd, waarbij de bouwhoogte van steigers niet meer mag bedragen dan 1 m, en met dien verstande dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.2.1, onder c.