ECLI:NL:RVS:2026:1384
Raad van State
- Hoger beroep
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- C.C.W. Lange
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering behandeling aanvraag Nederlands paspoort wegens verlies Nederlanderschap
Appellante, geboren in Suriname en van geboorte Nederlands, emigreerde in 1971 naar Nederland en vertrok in 2006 naar Suriname, waar zij in 2007 de Surinaamse nationaliteit verkreeg. In 2018 vroeg zij een Nederlands paspoort aan, maar de minister weigerde dit omdat zij volgens artikel 15 RWN Pro haar Nederlanderschap had verloren na tien jaar onafgebroken verblijf in het buitenland met dubbele nationaliteit.
De rechtbank oordeelde dat de minister een deugdelijke evenredigheidsbeoordeling had gemaakt en dat appellante geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie had aangetoond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar persoonlijke omstandigheden, waaronder ernstige gezondheidsproblemen en afhankelijkheid van familie in Nederland, onvoldoende waren meegewogen.
De Raad van State stelt vast dat de gronden in hoger beroep grotendeels een herhaling zijn van eerdere betogen en dat de rechtbank gemotiveerd op deze punten is ingegaan. De Afdeling sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee de weigering van de minister wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de minister om de paspoortaanvraag in behandeling te nemen wordt bevestigd.