ECLI:NL:RVS:2026:1439
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek geloofsgroei en vervolgingsrisico
Betrokkene, van Iraanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in op grond van afvalligheid van de islam, groei in het christelijke geloof en politieke activiteiten tegen de Iraanse autoriteiten. De minister wees de aanvraag af, omdat de geloofsgroei niet aannemelijk was gemaakt, hoewel afvalligheid en politieke overtuiging wel geloofwaardig werden geacht.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat betrokkene geen gegronde vrees voor vervolging heeft, mede gelet op zijn afvalligheid en politieke activiteiten. De rechtbank gaf opdracht tot nader onderzoek naar de situatie aan de Iraanse grens.
De minister stelde hoger beroep in, stellende dat afvalligheid en geloofsgroei afzonderlijk beoordeeld moeten worden en dat de rechtbank onvoldoende terughoudend was. De Afdeling oordeelde dat de minister terecht afvalligheid afzonderlijk beoordeelde, maar dat de rechtbank terecht vond dat nader onderzoek nodig is naar het vervolgingsrisico.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten. De minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van nader onderzoek naar de actuele situatie van afvalligen en atheïsten in Iran.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van de afwijzing en legt de minister op nader onderzoek te doen en een nieuw besluit te nemen.