ECLI:NL:RVS:2026:1453
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- B.P. Vermeulen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Verblijfsrecht Turkse werknemer met tijdelijke bescherming en legale arbeid
Appellant, een Turkse werknemer die tijdelijk bescherming genoot in Nederland na de Russische inval in Oekraïne, had minimaal een jaar onafgebroken legale arbeid verricht bij dezelfde werkgever. De staatssecretaris wees zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier af omdat de arbeid niet als legale arbeid werd beschouwd vanwege het tijdelijke karakter van zijn verblijfsrecht.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen onbetwist verblijfsrecht had en dat zijn arbeid daarom niet als legale arbeid kon worden aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt dit oordeel. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat een Turkse werknemer die een jaar legale arbeid verricht, een onbetwist verblijfsrecht heeft, ongeacht het oorspronkelijke doel van het verblijfsrecht.
De Afdeling stelt dat de tijdelijke bescherming, ook al is deze facultatief en van beperkte duur, een stabiele en bestendige situatie op de arbeidsmarkt oplevert zolang deze van kracht is. Het feit dat de asielaanvraag nog niet is beslist, maakt het verblijfsrecht niet procedureel. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit en oordeelt dat appellant recht heeft op een verblijfsvergunning regulier wegens legale arbeid gedurende tijdelijke bescherming.