ECLI:NL:RVS:2026:1455

Raad van State

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
202302751/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onjuiste rechtsmiddelenclausule eigen bijdrage opvang

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) waarin de eigen bijdrage voor opvangkosten werd vastgesteld op €5.803,33. Hij stelde rechtstreeks beroep in bij de rechtbank, die dit beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen in stand liet.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat tegen een besluit tot vaststelling van een eigen bijdrage bezwaar openstaat en geen rechtstreeks beroep bij de rechtbank mogelijk is. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren en het beroepschrift als bezwaarschrift moeten doorsturen naar het COa.

De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep niet-ontvankelijk en verwijst het beroepschrift terug naar het COa voor behandeling als bezwaarschrift. Tevens veroordeelt zij het COa tot vergoeding van de proceskosten van appellant wegens de onjuiste rechtsmiddelenclausule in het besluit.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroepschrift wordt als bezwaarschrift terugverwezen naar het COa.

Uitspraak

202302751/1/V1.
Datum uitspraak: 13 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 20 april 2023 in zaak nr. 22/3458 in het geding tussen:
appellant
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Procesverloop
Bij besluit van 23 maart 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.
Bij uitspraak van 20 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. L.A. Fischer, advocaat in Assen, hoger beroep ingesteld.
Het COa en appellant hebben op verzoek van de Afdeling nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1.       Appellant heeft tegen het besluit van 23 maart 2022 rechtstreeks beroep ingesteld. Hij heeft daarmee gevolg gegeven aan de rechtsmiddelenclausule onder dat besluit, die vermeldt dat tegen het besluit beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank.
1.1.    Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:139, onder 4.1, staat tegen een besluit tot het vaststellen van een eigen bijdrage in de kosten van de opvang bezwaar open en geen rechtstreeks beroep bij de rechtbank. De rechtbank had daarom het door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren, het beroepschrift moeten aanmerken als een bezwaarschrift en dat op grond van artikel 6:15 van Pro de Awb, ter behandeling moeten doorsturen naar het COa.
1.2.    De Afdeling heeft bij brief van 16 januari 2026 partijen gevraagd of zij desondanks akkoord gaan met de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Appellant heeft bij brief van 26 januari 2026 laten weten dat hij een herstart van de bezwaarfase wenst.
2.       Het hoger beroep is gegrond. De grieven behoeven geen bespreking. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verklaart het beroep alsnog niet-ontvankelijk. De Afdeling zal het beroepschrift van appellant doorsturen aan het COa voor verdere behandeling als bezwaarschrift (zie artikel 6:15 van Pro de Awb). Het COa moet de proceskosten vergoeden, omdat het een onjuiste rechtsmiddelenclausule in het besluit heeft opgenomen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 20 april 2023 in zaak nr. 22/3458;
III.      verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
IV.     veroordeelt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.802,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2026
574-1078