ECLI:NL:RVS:2026:139
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid vaststelling eigen bijdrage opvang asielzoekers bij vermogen door ontvangen dwangsom
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) stelde bij besluit van 4 maart 2021 de eigen bijdrage van appellant vast op € 878,00 vanwege vermogen boven de vermogensgrens, ontstaan door een door de IND betaalde dwangsom. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het COa op grond van de Rva 2005 en de Reba 2008 bevoegd is een eigen bijdrage vast te stellen als asielzoekers vermogen boven de vermogensgrens hebben, ook wanneer dit vermogen voortkomt uit een door de IND betaalde dwangsom. Het COa mag daarbij gebruik maken van door de IND verstrekte gegevens over verbeurde dwangsommen, omdat deze gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de wettelijke taak van het COa en een wettelijke grondslag hebben in artikel 107 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Verder oordeelt de Afdeling dat het beroep bij de rechtbank niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard en als bezwaarschrift had moeten worden behandeld, maar dat dit niet leidt tot vernietiging van de uitspraak omdat partijen akkoord waren met overslaan van de bezwaarprocedure. Appellant had ook niet tijdig uit eigen beweging de ontvangst van de dwangsom gemeld, en zijn betoog over schulden en hoorrecht faalt. De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank en veroordeelt het COa tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat het COa een eigen bijdrage mag vaststellen bij vermogen door ontvangen dwangsom en dat het gebruik van IND-informatie rechtmatig is.