ECLI:NL:RVS:2026:1528
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving erfafscheiding wegens ontbreken gerechtvaardigd vertrouwen
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg verleende op 26 juni 2020 een omgevingsvergunning voor verbouwing van een woning, inclusief een erfafscheiding van 2 meter hoog. De erfafscheiding werd echter 2,40 meter hoog en 77,5 cm langer gerealiseerd. Appellant verzocht handhaving tegen deze afwijking, maar het college wees dit af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar.
In het nieuwe besluit van 8 juni 2023 handhaafde het college opnieuw niet, ditmaal met een beroep op het vertrouwensbeginsel vanwege eerdere nadere toestemmingen. Appellant stelde dat deze toestemmingen geen vergunningen waren en dat geen gerechtvaardigd vertrouwen bestond. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de nadere toestemmingen geen toezeggingen waren waaruit gerechtvaardigd vertrouwen kon worden afgeleid, mede omdat tijdens de bouw contact was geweest over de afwijking en de noodzaak van een nieuwe vergunning.
De Afdeling vernietigde het besluit van 8 juni 2023 en wees het college op om een nieuw besluit te nemen waarbij het handhavingsverzoek opnieuw wordt beoordeeld. Tevens werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling zag geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien of de bestuurlijke lus toe te passen.
Uitkomst: Het besluit van 8 juni 2023 wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen; tevens wordt een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.