ECLI:NL:RVS:2026:1685
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overname informele schuld wegens ontbreken notariële akte in hersteloperatie toeslagen
De zaak betreft het hoger beroep van een erkend gedupeerde ouder in de kinderopvangtoeslagenaffaire die verzocht om overname van een schuld van €22.500 bij haar vader. De Belastingdienst/Toeslagen wees dit verzoek af omdat de schuld niet was vastgelegd in een notariële akte, noch bleek uit een rechterlijke uitspraak, waardoor het bestaan en de betalingsafspraken niet konden worden vastgesteld.
De appellant voerde aan dat het ontbreken van een notariële akte in strijd is met het doel van het herstelproces en dat een onderhandse akte dwingend bewijs vormt op grond van artikel 157, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden echter dat de eis van een notariële akte dwingend is volgens de Wet hersteloperatie toeslagen en dat de onderhandse akte niet volstaat om van deze eis af te wijken.
De Afdeling bevestigde dat zonder notariële akte de schuld niet voor overname in aanmerking komt en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om de hardheidsclausule toe te passen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot overname van de informele schuld wordt bevestigd.