ECLI:NL:RVS:2026:1729
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onterecht overtreden omzettingsverbod woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan appellante een last onder dwangsom op wegens het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning, gebaseerd op een inspectie waarbij werd vastgesteld dat meer dan drie personen in de woning verbleven. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Raad van State oordeelt dat het college onvoldoende feiten heeft aangevoerd om te concluderen dat meer dan drie personen met hoofdverblijf in de woning woonden.
De inspectie vond plaats op 13 oktober 2020 en het inspectierapport vermeldde dat vijf personen in de woning verbleven, waarvan drie als tijdelijke logees zonder huurbetaling. De Raad stelt dat het college slechts op basis van het inspectierapport en de verklaring van een huurder niet kan concluderen dat deze logees er langdurig woonden met hoofdverblijf. Er ontbraken nadere feiten over de duur en aard van het verblijf van deze personen.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 21 mei 2021 en de besluiten van 27 oktober 2020 en 7 januari 2021, en verklaart het hoger beroep gegrond. Tevens wijst de Raad een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt het college en de Staat tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de last onder dwangsom en invordering worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van overtreding.