ECLI:NL:RVS:2026:1734
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete en dwangsom wegens omzetting woonruimte zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan appellante een bestuurlijke boete van €20.000 op wegens het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Tevens werd een dwangsom van €5.000 ingevorderd omdat de overtreding niet zou zijn beëindigd.
Appellante voerde aan dat de woning steeds door één gezin werd bewoond en betwistte de bevindingen van het inspectierapport van 10 december 2020. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd om te concluderen dat er sprake was van een overtreding op die datum. De verklaringen in het inspectierapport waren onduidelijk en niet voldoende onderbouwd, waardoor het college niet mocht afgaan op de conclusie dat vijf personen, die geen één huishouden vormden, in de woning verbleven.
De Afdeling vernietigde daarom de besluiten tot boete en dwangsom en verklaarde het hoger beroep gegrond. Tevens werd een schadevergoeding van €1.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De proceskosten werden verdeeld tussen het college en de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De bestuurlijke boete en dwangsom worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van overtreding; schadevergoeding van €1.500 wordt toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.