ECLI:NL:RVS:2026:1798
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Op 9 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie besloten een aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 18 maart 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat verzoeker niet mag worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat verzoeker opvang en verstrekkingen moet ontvangen. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 3 april 2026 door voorzieningenrechter B. Meijer, in aanwezigheid van griffier W.M. Vos. De voorlopige voorziening geldt totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: Verzoeker wordt beschermd tegen overdracht en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten totdat het hoger beroep is beslist.