ECLI:NL:RVS:2026:1821

Raad van State

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
202305243/1/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.1 WroArt. 4.3 Invoeringswet OmgevingswetArt. 3.9 WaboWet algemene bepalingen omgevingsrechtOmgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering omgevingsvergunning voor reclame-uitingen in strijd met bestemmingsplan

KPN heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van reclame-uitingen aan het pand aan de Hooge Zijde 28 in Eindhoven, dat zij huurt en gebruikt. Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven heeft deze vergunning geweigerd omdat het gebruik van het pand niet overeenkomt met het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Kapelbeemd Acht 2007', dat bedrijven met milieucategorie 3 en 4 toestaat, terwijl KPN een lagere milieucategorie heeft.

KPN heeft bezwaar gemaakt tegen deze weigering, maar het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Oost-Brabant heeft het beroep van KPN tegen de weigering eveneens ongegrond verklaard. KPN stelde hoger beroep in bij de Raad van State.

De Raad van State heeft geoordeeld dat de weigering van het college terecht is en dat het bestemmingsplan niet evident in strijd is met hogere regelgeving zoals de Wet ruimtelijke ordening of de Dienstenrichtlijn. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.

De Afdeling benadrukt dat het beleid gericht op zonering binnen het bedrijventerrein Kapelbeemd, dat een modern gemengd bedrijventerrein is met een relatief laag leegstandspercentage, voldoende is gemotiveerd. De ruimtelijke effecten van KPN's activiteiten zijn verwaarloosbaar, maar dat betekent niet dat het college niet aan het bestemmingsplan kan vasthouden.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning door het college van B&W Eindhoven.

Uitspraak

202305243/1/R2.
Datum uitspraak: 1 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
KPN B.V., gevestigd in Rotterdam,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 26 juni 2023 in zaak nr. 22/33 in het geding tussen:
KPN
en
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven.
Procesverloop
Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het college geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen aan KPN voor het plaatsen van diverse reclame items aan de Hooge Zijde 28 in Eindhoven.
Bij besluit van 26 november 2021 heeft het college het door KPN daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 15 juni 2021 in stand gelaten onder aanvulling van de motivering.
Bij uitspraak van 26 juni 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:3092, heeft de rechtbank het door KPN daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft KPN hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 17 februari 2026, waar KPN, vertegenwoordigd door mr. J. Zweers, advocaat in Den Haag, mr. I.D.E. Moelands en J.W.M. Hoornman, en het college, vertegenwoordigd door M.L.M. Lammerschop, zijn verschenen.
Overwegingen
1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 11 maart 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
2.       KPN heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om aanpassingen aan te brengen aan het pand dat zij huurt en gebruikt aan de Hooge Zijde 28 in Eindhoven. KPN wil haar bedrijfsnaam en -logo aanbrengen en ook parkeer- en verwijsborden in eigen bedrijfsstijl plaatsen. KPN gebruikt het pand in strijd met het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Kapelbeemd Acht 2007". Het pand van KPN is namelijk bestemd voor bedrijven met de milieucategorie 3 en 4, terwijl de bedrijfsactiviteiten van KPN in een lagere milieucategorie vallen. Het college heeft de omgevingsvergunning geweigerd, omdat het geen aanpassingen aan het pand wil toestaan voor een gebruik dat het bestemmingsplan niet toestaat. KPN kan zich niet verenigen met de weigering van de omgevingsvergunning.
3.       De rechtbank heeft in haar uitspraak gemotiveerd geoordeeld dat artikel 3 van Pro de planregels niet evident in strijd is met artikel 3.1, eerste lid, van de Wro. Ook heeft de rechtbank in haar uitspraak gemotiveerd geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat artikel 3 van Pro de planregels evident in strijd is met de Dienstenrichtlijn. Verder heeft de rechtbank in haar uitspraak gemotiveerd geoordeeld dat het college heeft mogen besluiten geen omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan te verlenen. Wat KPN in hoger beroep heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 5.3, 6.3 tot en met 6.6 en 7.4 tot en met 7.6 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.
3.1.    De Afdeling voegt daaraan nog toe dat ook de toepassing van artikel 3 van Pro de planregels in dit concrete geval niet evident in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of de Dienstenrichtlijn. De Afdeling ziet in wat KPN heeft aangevoerd over de geschiktheid van het pand voor bedrijven met categorie 3 en 4 en de behoefte aan vestiging van zulke zware bedrijvigheid geen aanleiding voor het oordeel dat artikel 3 van Pro de planregels evident in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of de Dienstenrichtlijn. Ook acht de Afdeling de toelichting van het college dat het bedrijventerrein Kapelbeemd een modern gemengd bedrijventerrein is met over het algemeen een lager leegstandspercentage dan gemiddeld, voldoende. Dat de ruimtelijke effecten van KPN verwaarloosbaar zijn, betekent bovendien niet dat het college niet heeft kunnen vasthouden aan het beleid gericht op zonering binnen het bedrijventerrein.
4.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
5.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, voorzitter, en mr. C.C.W. Lange en mr. C.H. Bangma, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffier.
w.g. Jurgens
voorzitter
w.g. Ahmady-Pikart
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026
638-1150