ECLI:NL:RVS:2026:189

Raad van State

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
202405804/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep van de burgemeester van Zuidplas tegen uitspraak rechtbank Den Haag over sluiting woning wegens drugshandel

In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de burgemeester van Zuidplas tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De burgemeester had op 26 juli 2023 een last onder spoedeisende bestuursdwang opgelegd, waarbij de woning van [wederpartij] voor twaalf maanden gesloten werd vanwege de vondst van 57 kg harddrugs en andere illegale goederen. De rechtbank oordeelde echter dat de sluiting niet langer dan zes maanden mocht duren, omdat er geen bewijs was dat er vanuit de woning drugs werden verhandeld. De burgemeester was het hier niet mee eens en stelde dat de situatie een sluiting voor een jaar rechtvaardigde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak behandeld en geconcludeerd dat de burgemeester de woning voor de maximale termijn van twaalf maanden mocht sluiten. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de sluiting niet evenwichtig was. De burgemeester heeft zijn besluit goed onderbouwd en de sluiting was noodzakelijk om de openbare orde te waarborgen. De uitspraak van de rechtbank is vernietigd en het beroep van de burgemeester is gegrond verklaard.

Uitspraak

202405804/1/A3.
Datum uitspraak: 14 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de burgemeester van Zuidplas,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 juli 2024 in zaak nr. 23/8472 in het geding tussen:
[wederpartij], wonend in Moerkapelle,
en
de burgemeester.
Procesverloop
Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de burgemeester zijn besluit van 26 juli 2023, om een last onder spoedeisende bestuursdwang aan [wederpartij] op te leggen die ertoe strekt dat zijn woning vanaf die dag om 21.00 uur voor twaalf maanden wordt gesloten, op schrift gesteld.
Bij besluit van 30 november 2023 heeft [wederpartij] het door de burgemeester daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 23 juli 2024 heeft de rechtbank het door de burgemeester daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 30 november 2023 vernietigd, het besluit van 26 juli 2023 herroepen en bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Tegen deze uitspraak heeft de burgemeester hoger beroep ingesteld.
[wederpartij] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak op de zitting van 23 december 2025 behandeld, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. M.E.P. Sommers, advocaat in Nieuwerkerk aan den IJssel, [gemachtigde A] en [gemachtigde B], en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. N.M. Fakiri, advocaat in Rotterdam, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1.       [wederpartij] is op 26 juli 2023 door de politie aangehouden in een gestolen voertuig. De bevindingen bij die aanhouding gaven aanleiding voor doorzoeking van zijn woning. De woning staat op het recreatiepark De Randstad in Moerkapelle en staat kadastraal bekend als Zevenhuizen, sectie F, nummer […] (de tuin en schuur als Zevenhuizen, sectie F, nummer […]). De politie heeft bij de doorzoeking 57 kg aan verschillende soorten harddrugs en apparaten voor de productie voor drugs aangetroffen. Verder zijn ruim 300 kg cellulose, een verboden ploertendoder, € 11.700,00 aan contant geld, een tweede gestolen voertuig en onbedrukte kentekenplaten aangetroffen. De politie heeft alles vastgelegd in een bestuurlijke rapportage van 31 juli 2023. De burgemeester heeft besloten om direct op 26 juli 2023 op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder spoedeisende bestuursdwang op te leggen die ertoe strekt dat de woning op 26 juli 2023 om 21.00 uur voor twaalf maanden wordt gesloten. Het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar heeft de burgemeester ongegrond verklaard. De woning is feitelijk twaalf maanden gesloten geweest.
Wat heeft de rechtbank geoordeeld?
2.       De rechtbank heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is dat er feitelijk in of vanuit de woning drugs werden verhandeld. Er zijn geen signalen dat er ‘loop’ naar de woning was en er zijn in de woning geen handelsattributen aangetroffen, zoals gripzakjes of ponypacks. Dat neemt niet weg dat de burgemeester de sluiting van de woning gelet op de aangetroffen situatie wel noodzakelijk mocht achten. Hij heeft echter de woning niet voor langer dan zes maanden mogen sluiten. De rechtbank heeft daarbij verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1911. Daarnaast heeft de rechtbank overwogen dat de sluiting niet onevenwichtig is. De rechtbank heeft het beroep daarom gegrond verklaard, het besluit van 30 november 2023 vernietigd, het besluit van 26 juli 2023 herroepen en bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Waarom is de burgemeester het niet met de rechtbank eens?
3.       De burgemeester is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat hij de woning niet langer dan voor zes maanden mocht sluiten. Volgens de burgemeester is de aangetroffen situatie bij uitstek een geval waarin de woning voor een jaar gesloten moet worden om de met de sluiting beoogde doelen te kunnen bereiken. Volgens de burgemeester is aannemelijk dat er feitelijke handel heeft plaatsgevonden. Dat heeft de rechtbank niet onderkend. De burgemeester heeft er daarbij op gewezen dat 57 kg harddrugs is aangetroffen, evenals diverse attributen die aan drugshandel te relateren zijn.
Beoordeling van het hoger beroep
Procesbelang van de burgemeester
4.       [wederpartij] heeft in zijn schriftelijke uiteenzetting gesteld dat de burgemeester geen procesbelang heeft omdat de feitelijke sluiting van twaalf maanden al geëffectueerd is. De Afdeling volgt [wederpartij] daarin niet. Een bestuursorgaan kan belang hebben bij het hoger beroep, alleen al wegens de precedentwerking die van een uitspraak in hoger beroep uitgaat in soortgelijke zaken (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1412, onder 5.2). Tijdens de zitting bij de Afdeling heeft de burgemeester daarover toegelicht dat zij vaker overgaat tot sluiting van een woning voor twaalf maanden en dat een oordeel over de uitspraak van de rechtbank voor toekomstige gevallen van belang is. Daarnaast heeft de burgemeester procesbelang omdat [wederpartij] tijdens de zitting bij de Afdeling niet heeft kunnen laten weten of hij afziet van een schadeclaim.
Door de burgemeester in hoger beroep ingebrachte fotomap
5.       In hoger beroep heeft de burgemeester in aanvulling op de bestuurlijke rapportage van 31 juli 2023 een fotomap van de Landelijke Eenheid, Dienst Specialistische Operaties, ingebracht. [wederpartij] stelt in zijn schriftelijke uiteenzetting dat dit onrechtmatig verkregen bewijs is dat niet in deze procedure meegenomen mag worden, omdat de toestemming van de officier van justitie voor het delen van deze fotomap ontbreekt. Het antwoord op de vraag of de officier van justitie wel of geen toestemming heeft verleend, laat de Afdeling in het midden, omdat voor de beoordeling van het besluit tot sluiting van de woning de bestuurlijke rapportage van 31 juli 2023 volstaat en de aanvullende foto’s uit de fotomap daarvoor niet nodig zijn. Dat de zaaksofficier toestemming heeft gegeven om de informatie uit de bestuurlijke rapportage te delen met de gemeente, wordt in de bestuurlijke rapportage vermeld en is door [wederpartij] niet betwist.
Sluiting voor de duur van zes maanden
6.       In haar uitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, heeft de Afdeling de uitgangspunten weergegeven waarvan zij zal uitgaan bij haar beoordeling van besluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De Afdeling verwijst voor deze uitgangspunten daarom naar die uitspraak en zal deze hanteren bij de beoordeling van het hoger beroep.
7.       De Afdeling volgt de rechtbank niet in haar oordeel dat de burgemeester de woning maar voor zes maanden had mogen sluiten. Bij de beoordeling of het noodzakelijk is om tot sluiting van de woning over te gaan en zo ja, voor hoe lang, zijn verschillende omstandigheden van belang. Een van die omstandigheden is of de drugs feitelijk in of vanuit de woning worden verhandeld, maar dat is slechts een van de omstandigheden die bij de beoordeling van de noodzaak relevant is. Dat er in dit geval geen politiewaarnemingen of verklaringen van omwonenden zijn over ‘loop’ naar de woning, maakt niet dat de burgemeester de sluitingsduur tot zes maanden had moeten beperken. De burgemeester heeft er terecht op gewezen dat er in de woning 57 kg harddrugs is aangetroffen, evenals attributen die duiden op drugshandel. In de woning zijn immers ook wapens, een grote hoeveelheid contant geld en attributen voor de verwerking en/of bewerking van drugs aangetroffen. Zo zijn er verpakkingsmaterialen aangetroffen, evenals stansen om logo’s en kenmerken op verdovende middelen aan te brengen. Het is evident dat de woning een rol vervulde binnen de keten van drugshandel als professionele productielocatie, waarbij er risico’s zijn op aan drugs gerelateerde criminaliteit, zoals ripdeals en wraakacties, wat gevolgen heeft voor de veiligheid en de openbare orde in de omgeving. De burgemeester heeft daarom over mogen gaan tot sluiting, om de woning aan de keten van drugshandel te onttrekken. Aangezien het ging om een professionele productielocatie waarbij de kans op herhaling vanwege het professionele karakter groot is, heeft de burgemeester overeenkomstig de Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Zuidplas de woning voor de maximale termijn van twaalf maanden mogen sluiten.
Het betoog slaagt.
Conclusie
8.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd. De Afdeling zal het bij de rechtbank ingestelde beroep beoordelen. Dat gaat alleen nog over de vraag of de sluiting van de woning evenwichtig is.
Beoordeling van het bij de rechtbank ingestelde beroep
Was sluiting van de woning evenwichtig?
9.       Als de conclusie is dat de burgemeester zijn beoogde doelen niet met een minder ingrijpend middel dan sluiting van de woning voor een bepaalde duur kan bereiken en een woningsluiting dus het aangewezen middel is, betekent dit nog niet dat hij hiertoe steeds mag overgaan. Daarvoor moet hij zich ervan vergewissen dat de sluiting in de gegeven omstandigheden ook evenwichtig is.
9.1.    [wederpartij] betoogt dat de sluiting van de woning niet evenwichtig is, omdat zijn vrouw ook door de sluiting wordt getroffen. Daarnaast is zijn medische situatie onvoldoende in de besluitvorming betrokken. [wederpartij] is ernstig ziek en kon op korte termijn komen te overlijden. Zonder woning had hij een kleine kans op schorsing uit detentie. Een voorwaarde voor schorsing zou een huisarrest of enkelband kunnen zijn, maar daarvoor is een vast woonadres een vereiste.
9.2.    Bij de beoordeling van de evenwichtigheid kunnen verschillende omstandigheden van belang zijn. De burgemeester moet bijvoorbeeld de mate van verwijtbaarheid van de degenen die door de sluiting worden getroffen beoordelen en beoordelen in hoeverre aan hen kan worden tegengeworpen dat zij zelf het risico op ingrijpende gevolgen van hun handelen of nalaten hebben genomen. Zowel [wederpartij] als zijn vrouw treft in dit geval een verwijt. Gelet op de aangetroffen situatie kan het niet anders dan dat zijn vrouw op de hoogte was van wat in de woning is aangetroffen. Daarnaast zijn [wederpartij] en zijn vrouw in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het vinden van vervangende woonruimte. Achteraf is ook gebleken dat zijn vrouw zelf vervangende woonruimte heeft kunnen regelen. Voor zover [wederpartij] heeft gesteld dat hij vanwege zijn gezondheidstoestand het laatste deel van zijn leven buiten de gevangenis mag doorbrengen en dat daarvoor een woning nodig is, is niet gebleken dat hij om medische redenen specifiek op de door de burgemeester gesloten woning is aangewezen. Bovendien is niet gebleken dat mogelijke schorsing van detentie aan de orde was in de periode dat de woning gesloten was. Daarbij heeft hij met zijn handelen zelf het risico genomen op ingrijpende gevolgen. De nadelige gevolgen van de sluiting zijn gelet op het voorgaande niet onevenredig tot de met het besluit te dienen doelen. De burgemeester heeft daarom niet hoeven af te zien van het sluiten van de woning.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie over het beroep
10.     Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de burgemeester de woning voor twaalf maanden heeft mogen sluiten.
Proceskosten
11.     De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 juli 2024, zaak nr. 23/8472;
III.      verklaart het beroep tegen het besluit van 30 november 2023, kenmerk ZS00179188, ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. E.A. Minderhoud en mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.A. Meerman, griffier.
w.g. Borman
voorzitter
w.g. Meerman
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2026
960