ECLI:NL:RVS:2026:1998
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De minister van Asiel en Migratie wees op 9 januari 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 november 2025 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van de minister, mede gelet op de zwakbegaafdheid van betrokkene.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom gedetailleerdere verklaringen van betrokkene verwacht mochten worden, gezien diens zwakbegaafdheid en de overgelegde medische stukken.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De minister dient een nieuw besluit te nemen waarbij de medische stukken worden betrokken en betrokkene indien nodig op een aangepaste wijze wordt gehoord. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.