ECLI:NL:RVS:2026:2035
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Intrekking en niet-verlenging van vergunningen voor pulsvisserij in strijd met Unierecht
Deze zaak betreft de intrekking en niet-verlenging van vergunningen voor pulsvisserij, een vismethode waarbij met elektrische pulsen wordt gevist. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit had vergunningen verleend aan verschillende visserijbedrijven, maar trok deze in vanwege een Unierechtelijk verbod op pulsvisserij, vastgelegd in Verordening (EU) 2019/1241.
De rechtbank had de besluiten van de minister vernietigd omdat de minister zich onvoldoende rekenschap had gegeven van de financiële gevolgen voor de vissers, maar de Raad van State oordeelt anders. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de minister bevoegd was de vergunningen in te trekken en niet te verlengen, mede omdat het Unierecht een verbod op pulsvisserij bevat. Tevens is geoordeeld dat de minister niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel heeft gehandeld door niet eerder een beslissing te nemen over nadeelcompensatie.
De Raad van State wijst het hoger beroep van Jaczon en anderen af en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Wel wordt de Staat veroordeeld tot een forfaitaire schadevergoeding van €12.750,00 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De minister moet na deze uitspraak nog inhoudelijk beslissen op verzoeken om nadeelcompensatie.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking en niet-verlenging van vergunningen voor pulsvisserij en wijst het hoger beroep van Jaczon en anderen af, met toekenning van schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.