ECLI:NL:RVS:2026:2036
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergunning pulsvisserij en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Deze zaak betreft het hoger beroep van vissers uit groep 3 tegen de intrekking en niet-verlenging van hun vergunningen voor pulsvisserij, een vismethode waarbij met elektrische pulsen wordt gevist. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit had deze vergunningen verleend voor vijf jaar, maar introk vanwege een Unierechtelijk verbod op pulsvisserij, bevestigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister voldoende had gemotiveerd dat er geen beslissing was genomen over schadeloosstelling en dat de vissers rekening moesten houden met het niet verlengen van hun vergunningen. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het hoger beroep met drie jaar is overschreden. De Afdeling kent daarom een forfaitaire schadevergoeding toe van € 3.000 per appellant, gematigd vanwege het gezamenlijk procederen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en schadevergoeding van € 3.000 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.