ECLI:NL:RVS:2026:2037
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit minister over niet-verlenging vergunningen pulsvisserij groep 3
Deze zaak betreft het hoger beroep van appellanten, vissers uit groep 3 met vergunningen voor pulsvisserij voor een proefproject, tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om hun vergunningen niet verder te verlengen na 1 juni 2019. Pulsvisserij is een vismethode waarbij met stroomstootjes wordt gevist, die binnen de EU sinds 2019 verboden is op grond van Verordening (EU) 2019/1241.
De rechtbank Rotterdam had de beroepen van appellanten ongegrond verklaard, stellende dat de vergunningen voor bepaalde tijd waren verleend en dat het niet verder verlengen niet onredelijk was gezien het EU-verbod en het beginsel van loyale samenwerking. Appellanten voerden onder meer aan dat zij onterecht anders werden behandeld dan vissers uit andere groepen en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel was geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Afdeling oordeelt dat de minister terecht onderscheid maakte tussen de groepen vergunninghouders vanwege verschillende doelen en looptijden van de vergunningen. Verder was het voor appellanten voorzienbaar dat hun vergunningen niet zouden worden verlengd bij een EU-verbod. De Afdeling wijst ook op het ontbreken van ruimte voor een belangenafweging bij het niet verlengen van vergunningen in strijd met EU-recht.
Daarnaast is de redelijke termijn van de procedure met bijna drie jaar overschreden, waarvoor de Afdeling een forfaitaire schadevergoeding toekent van €750 per appellant, gematigd vanwege gezamenlijk procederen. De minister wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €12.750 aan appellanten. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; vergunningen pulsvisserij groep 3 niet verlengd; schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.