ECLI:NL:RVS:2026:2038
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergunningen pulsvisserij en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Deze zaak betreft het hoger beroep van visserijbedrijven tegen de intrekking van hun vergunningen voor pulsvisserij door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De vergunningen werden ingetrokken vanwege een Unierechtelijk verbod op pulsvisserij, vastgelegd in Verordening (EU) 2019/1241. De rechtbank had de beroepen van de vissers ongegrond verklaard, waarna zij hoger beroep instelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak behandeld en geoordeeld dat de minister terecht onderscheid maakte tussen verschillende groepen vergunninghouders, waarbij vergunningen voor wetenschappelijk onderzoek (groep 2) anders werden behandeld dan vergunningen voor onbepaalde tijd (groep 1). De Afdeling bevestigt dat het Unierechtelijk verbod en het loyaliteitsbeginsel de minister verplichten de vergunningen in te trekken en dat dit niet in strijd is met het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel.
Daarnaast is vastgesteld dat de totale duur van de bezwaar- en beroepsprocedures de redelijke termijn met bijna drie jaar heeft overschreden. De Afdeling wijst daarom een forfaitaire schadevergoeding toe van € 750 per appellant, gematigd vanwege het gezamenlijk procederen. De minister wordt veroordeeld tot betaling van in totaal € 15.750 aan de appellanten. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de intrekking van de vergunningen en wijst een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.