ECLI:NL:RVS:2026:2040
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing wijziging voorschriften pulstoestemming vissers
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van 16 juli 2020 waarbij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit nadere voorschriften aan de pulstoestemming van appellante sub 1 heeft verbonden. De zaak draait om de rechtmatigheid van beperkingen in het aantal dagen dat appellante sub 1 mocht vissen met pulsvisserij, een methode waarbij met elektrische stroomstootjes wordt gevist.
De rechtbank had het bezwaar van appellante gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat de minister volgens de rechtbank het vertrouwensbeginsel had geschonden door de voorschriften te wijzigen terwijl in een eerder besluit was toegezegd dat de bestaande toestemming tot 30 juni 2021 zou blijven gelden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit oordeel herzien en geoordeeld dat de minister bevoegd was het nadere voorschrift te verbinden en dat het besluit niet in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De Afdeling oordeelt dat het Unierechtelijke verbod op pulsvisserij en de 5%-regeling naleving vereisen, waardoor de minister de beperking moest doorvoeren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de vergunninghouders wisten dat beperkingen mogelijk waren. Wel is de redelijke termijn overschreden, waarvoor een forfaitaire schadevergoeding van € 2000 wordt toegekend. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard, dat van de minister gegrond, en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.