ECLI:NL:RVS:2026:2068
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen acceptatieprotocol baggerdepot De Slufter
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 22 maart 2021 goedkeuring aan het hernieuwde acceptatieprotocol voor baggerdepot De Slufter, waarmee de acceptatie van PFAS-houdende baggerspecie boven het herverontreinigingsniveau mogelijk werd gemaakt. BMN, gespecialiseerd in de verwerking van toepasbare baggerspecie, maakte bezwaar tegen dit besluit uit vrees voor inkomstenderving. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het na afloop van de bezwaartermijn was ingediend.
BMN stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de kennisgeving van het besluit onvoldoende duidelijk was over de wijziging van de revisievergunning. De Afdeling oordeelde echter dat de kennisgeving toereikend was en dat BMN als specialist alert had moeten zijn op de kennisgeving in het provinciaal blad. Het feit dat BMN pas later de gevolgen inzag, maakte het indienen van een tijdig bezwaarschrift niet onmogelijk.
Daarnaast voerde BMN aan dat het besluit ten onrechte niet was voorbereid volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure en dat dit in strijd was met de mer-richtlijn en het Verdrag van Aarhus. De Afdeling verwierp dit betoog omdat tijdig bezwaar maken vereist is om dergelijke gronden aan te voeren.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van BMN wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.