ECLI:NL:RVS:2026:2080
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning shop/wachtvoorziening Fastned op verzorgingsplaats De Brink
Fastned B.V. vroeg op 25 juli 2022 een vergunning aan voor het realiseren van een shop/wachtvoorziening bij haar energielaadpunt op verzorgingsplaats De Brink. De minister verleende deze vergunning op 9 november 2023. EG Retail, exploitant van een andere basisvoorziening op dezelfde locatie, stelde beroep in tegen deze vergunning, dat door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep stelde EG Retail dat Fastned geen belanghebbende was bij de aanvraag omdat de voorziening deels op perceel van een derde lag en daardoor niet kon worden gerealiseerd zonder toestemming.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat Fastned inderdaad geen belanghebbende was bij haar oorspronkelijke aanvraag, omdat de gevraagde voorziening niet kon worden uitgevoerd zonder toestemming van de rechthebbende van het perceel. Hierdoor was het verzoek geen aanvraag in de zin van de Awb en had de minister het verzoek ten onrechte in behandeling genomen. De Afdeling vernietigde het besluit van 9 november 2023 en verklaarde het beroep van EG Retail gegrond.
Daarnaast behandelde de Afdeling het latere besluit van 27 mei 2025, waarbij de minister een gewijzigde vergunning verleende voor een kleinere shop/wachtvoorziening. Dit besluit werd als een nieuwe aanvraag beschouwd en valt onder de Omgevingswet. De Afdeling stuurde dit besluit terug naar de minister voor verdere behandeling. Het verzoek van EG Retail om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing, maar de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan EG Retail.
Uitkomst: Het besluit van 9 november 2023 wordt vernietigd omdat Fastned geen belanghebbende was bij de aanvraag; het beroep van EG Retail wordt gegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.