ECLI:NL:RVS:2026:2094
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- B.P. Vermeulen
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Beoordeling openbaarmaking documenten Universiteit Leiden op grond van de Wet openbaarheid van bestuur
Appellante verzocht het College van Bestuur van de Universiteit Leiden om openbaarmaking van diverse documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waaronder documenten over publiek-private activiteiten, projectbeheer, facturering en correspondentie met derden.
Het college maakte de meeste documenten openbaar, maar weigerde delen op grond van uitzonderingsgronden zoals bescherming van persoonsgegevens, interne beleidsopvattingen en financiële belangen. De rechtbank vernietigde het besluit deels, met name over de Regeling Werken voor Derden, en verklaarde het beroep tegen het aanvullende besluit ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de financiële uitzonderingsgrond niet van toepassing was op de tarieflijst en de Regeling, dat correspondentie met advocaten openbaar moest worden gemaakt, en dat conceptadviezen openbaar moesten zijn. De Afdeling oordeelde dat het college terecht financiële belangen beschermde, dat interne beleidsopvattingen en het goed functioneren van het college een weigeringsgrond vormden, en dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond verklaarde.
Verder werd geoordeeld dat het e-mailbericht van het college van 2 mei 2023 een besluit is en dat het hoger beroep daartegen ongegrond is. De Afdeling stelde vast dat de redelijke termijn met minder dan een half jaar was overschreden en kende een forfaitaire schadevergoeding van €500 toe. Het hoger beroep is daarmee ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met toekenning van een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.