ECLI:NL:RVS:2026:2258
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing natuurvergunning veehouderij wegens stikstofdepositie
De maatschap exploiteert een veehouderij met kaasmakerij te Zoeterwoude en vroeg een natuurvergunning aan om haar bestaande situatie te legaliseren. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland wees de aanvraag af omdat de stikstofdepositie significant zou zijn en onvoldoende was onderbouwd dat dit geen negatieve effecten zou veroorzaken op Natura 2000-gebieden.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de referentiesituatie niet mag worden betrokken bij de beoordeling van de vergunningplicht, conform een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. De maatschap stelde in hoger beroep dat de afstand tot het Natura 2000-gebied te groot is voor betrouwbare berekeningen en dat de kleine stikstofdepositie geen significante effecten kan veroorzaken.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze argumenten en oordeelde dat het college terecht het project als vergunningplichtig heeft aangemerkt. Nieuwe stukken die de maatschap laat indienen werden niet in behandeling genomen wegens schending van de goede procesorde. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de natuurvergunning wordt bevestigd.