ECLI:NL:RVS:2026:23
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie na hoger beroep
Appellant werd bij besluit van 24 september 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 oktober 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Tevens werd verwezen naar een eerdere uitspraak van de Afdeling over de omvang van het geding bij opvolgende bewaringmaatregelen.
De Afdeling zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.