ECLI:NL:RVS:2025:5945
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatigheid bewaring en afwijzing schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie stelde betrokkene in bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Na verlenging van de maatregel en meerdere geplande uitzettingen, diende betrokkene asielaanvragen in die de uitzettingen annuleerden. De rechtbank oordeelde dat de eerste maatregel onrechtmatig was geworden vanaf het moment van de asielaanvraag op 15 november 2024 en dat deze onrechtmatigheid doorwerkte in de tweede maatregel, waardoor deze eveneens onrechtmatig was. De rechtbank beval onmiddellijke invrijheidstelling en kende schadevergoeding toe.
De minister stelde hoger beroep in en betoogde dat de rechtbank ten onrechte de onrechtmatigheid van de eerste maatregel in de procedure tegen de tweede maatregel had betrokken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding was getreden door de eerste maatregel te beoordelen in het beroep tegen de tweede maatregel. Volgens vaste rechtspraak moet elke nieuwe maatregel van bewaring apart worden aangevochten. De Afdeling stelde dat de rechtbank alleen mag uitgaan van onrechtmatigheid van de eerste maatregel in het beroep tegen de tweede maatregel indien de minister deze onrechtmatigheid schriftelijk erkent en schadevergoeding aanbiedt, wat hier niet het geval was.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, en wees het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, waarbij het beroep ongegrond wordt verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.