ECLI:NL:RVS:2026:2357
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige bewaring en toekenning schadevergoeding
Appellant werd op 25 september 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat appellant op 27 september 2025 via een e-mail van zijn gemachtigde aan de minister duidelijk had gemaakt dat hij zijn asielaanvraag wilde intrekken en verzocht om omzetting van de wettelijke grondslag van de bewaring. De minister had echter pas op 30 september 2025 de grondslag aangepast, waardoor de bewaring vanaf 27 september 2025 onrechtmatig was.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende appellant een schadevergoeding toe over de periode van 27 tot en met 30 september 2025. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De overige grieven van appellant werden niet behandeld omdat deze geen belang hadden voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De bewaring was onrechtmatig vanaf 27 september 2025, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en appellant krijgt een schadevergoeding toegekend.