ECLI:NL:RVS:2026:2364
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.M. Willems
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens niet-bijzonder ernstig misdrijf
Appellant, een Syrische staatsburger met een verblijfsvergunning asiel sinds 2016, werd in 2020 definitief veroordeeld tot vijf jaar en zes maanden gevangenisstraf voor medeplegen van handel in en smokkel van 534 kilogram amfetamine. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees daarop in 2022 zijn aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning af, trok de vergunning in, weigerde een nieuwe vergunning en legde een terugkeerbesluit en inreisverbod op.
De rechtbank vernietigde het terugkeerbesluit en het inreisverbod, maar handhaafde de overige onderdelen van het besluit. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het misdrijf niet zonder meer als bijzonder ernstig kan worden aangemerkt, mede omdat de opgelegde straf lager was dan de gebruikelijke strafmaat voor dergelijke drugshandel in georganiseerd verband.
De minister had onvoldoende toegelicht waarom het misdrijf, gelet op de specifieke omstandigheden, bijzonder ernstig was. De Afdeling vernietigde daarom het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd omdat het misdrijf niet als bijzonder ernstig kan worden aangemerkt.