ECLI:NL:RVS:2025:1177
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- N. Verheij
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering bijzonder ernstig misdrijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 5 augustus 2021 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een Iraanse vreemdeling in vanwege meerdere onherroepelijke veroordelingen voor ernstige misdrijven, waaronder poging doodslag. Tevens werd geweigerd een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdeling stelde zich op het standpunt dat hij niet veroordeeld was voor een bijzonder ernstig misdrijf en verwees naar het arrest M.A. van het Hof van Justitie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd waarom een van de misdrijven afzonderlijk als bijzonder ernstig moest worden aangemerkt, zoals vereist volgens het arrest M.A. Het beleid dat een cumulatie van straffen tot ten minste tien maanden gevangenisstraf als criterium hanteert, strookt niet met het arrest. De Afdeling vernietigde het besluit en het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
De minister dient een nieuw besluit te nemen waarbij hij de criteria uit het arrest M.A. en het evenredigheidsbeginsel in acht neemt, en afzonderlijk beoordeelt of een misdrijf bijzonder ernstig is en of de vreemdeling een actuele bedreiging vormt voor de samenleving. De Afdeling veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten van €3.628,00.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering dat sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf.