ECLI:NL:RVS:2026:2379
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 16 oktober 2025 is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 27 maart 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 28 april 2026 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de minister veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op de belangenafweging en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak is gedaan in het openbaar en onderstreept het belang van bescherming van verzoeker gedurende de procedure.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.