ECLI:NL:RVS:2026:2405
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag 2008-2011 na hersteloperatie
De Dienst Toeslagen wees het verzoek van appellante om compensatie over de toeslagjaren 2008 tot en met 2011 af, omdat na herbeoordeling geen fouten bij de vaststelling van het recht op kinderopvangtoeslag zijn geconstateerd. Tevens was er geen sprake van opzet, grove schuld of institutionele vooringenomenheid. De rechtbank stelde een motiveringsgebrek vast in het bezwaarbesluit van 2023 en gaf de Dienst Toeslagen de gelegenheid dit te herstellen, wat in januari 2025 gebeurde.
De rechtbank oordeelde dat appellante geen verzoek tot een persoonlijke betalingsregeling had ingediend en dat de brief uit 2013 en bezwaarschriften niet als zodanig konden worden opgevat. Ook was er geen sprake van een O/GS-kwalificatie. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.
De Afdeling bevestigde dat de Dienst Toeslagen niet onredelijk lang heeft gewacht met het informatieverzoek over 2009 en dat de vijfjaarstermijn voor herziening niet was overschreden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot compensatie kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.