ECLI:NL:RVS:2026:2411
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor woningbouw met afwijking van bestemmingsplan in beschermd dorpsgezicht
Het college van burgemeester en wethouders van Waterland verleende op 28 februari 2020 een omgevingsvergunning voor het slopen van een bestaande woning en het bouwen van een nieuwe woning met bijgebouw op een perceel in Broek in Waterland. De aanvraag was ingediend op 13 januari 2020 en viel onder de Wabo zoals die gold vóór 1 januari 2024. Het bouwplan wijkt op meerdere punten af van het bestemmingsplan "Broek in Waterland 2018" en betreft een beschermd dorpsgezicht.
Na bezwaar en beroep werd het oorspronkelijke besluit door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 april 2023 vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de afwijking van het bestemmingsplan. Het college nam daarop een nieuw besluit op bezwaar, waarbij het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard, de vergunning deels werd herroepen en opnieuw werd verleend met toepassing van artikel 2.12 Wabo in samenhang met het Besluit omgevingsrecht.
Appellanten voerden aan dat het bouwplan niet inpasbaar is in de omgeving en onevenredige afbreuk doet aan cultuurhistorische en ruimtelijke waarden. De Afdeling oordeelde dat het college voldoende en deugdelijk had gemotiveerd waarom het bouwplan geen onevenredige afbreuk doet aan deze waarden en dat de vergunningverlening binnen de beleidsruimte viel. De adviezen van de monumenten- en welstandscommissie en het stedenbouwkundig bureau werden als onderbouwing meegenomen.
De Afdeling concludeerde dat het college bevoegd was om af te wijken van het bestemmingsplan en dat het beroep ongegrond is. Er is geen sprake van strijd met de goede ruimtelijke ordening en de belangenafweging is zorgvuldig gemaakt.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het bouwplan in Broek in Waterland wordt ongegrond verklaard.