ECLI:NL:RVS:2026:2424
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking omgevingsvergunning op grond van Wet Bibob wegens ernstig gevaar strafbare feiten
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein verleende in 2018 een omgevingsvergunning voor de transformatie van een kantoorgebouw naar appartementen, welke in 2020 werd ingetrokken op grond van de Wet Bibob wegens ernstig gevaar dat de vergunning mede zou worden gebruikt voor strafbare feiten.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking rechtmatig was en wees het beroep van appellante af. Appellante stelde hoger beroep in, maar de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het college stelde tevens incidenteel hoger beroep in tegen enkele overwegingen van de rechtbank, dat gegrond werd verklaard.
De Afdeling overwoog dat betrokkene, een persoon met feitelijke zeggenschap over het pand en werkzaamheden, terecht als betrokkene in de zin van de Wabo werd aangemerkt. Het advies van het Landelijk Bureau Bibob toonde aan dat betrokkene en zijn ondernemingen vermoedelijk strafbare feiten hebben gepleegd die samenhangen met de activiteiten waarvoor de vergunning was verleend.
De Afdeling verwierp het verweer dat alleen het gevaar van gebruik van het bouwwerk voor criminele activiteiten relevant is en bevestigde dat ook strafbare feiten bij eerdere bouwactiviteiten kunnen worden betrokken. Het belang van appellante bij een inhoudelijk oordeel werd erkend, mede vanwege mogelijke aantasting van haar eer en goede naam. Er werd geen sprake geacht van misbruik van procesrecht. De intrekking werd als evenredig beoordeeld en de proceskosten werden niet aan appellante opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de omgevingsvergunning wordt bevestigd wegens ernstig gevaar dat de vergunning wordt gebruikt voor strafbare feiten.