ECLI:NL:RVS:2026:2436
Raad van State
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening inzake verklaring van rijgeschiktheid
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een verklaring van rijgeschiktheid. De Afdeling bestuursrechtspraak had eerder geoordeeld dat het CBR tijdig had beslist en dat het beroepschrift als bezwaarschrift moest worden behandeld.
Verzoekster stelde dat de Afdeling haar hoger beroep ten onrechte ongegrond had verklaard en voerde aan dat haar ziekte haar rijgeschiktheid niet aantastte. De Afdeling beoordeelde het verzoek tot herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro en stelde vast dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om het geschil opnieuw te behandelen of reeds aangevoerde argumenten opnieuw te laten beoordelen.
De Afdeling concludeerde dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Ook was de inhoudelijke beoordeling van de rijgeschiktheid niet relevant in deze procedure. Het verzoek tot herziening werd daarom afgewezen en het CBR hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.