ECLI:NL:RVS:2026:2618
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring appellant zonder toetsing non-refoulement bij lopende asielaanvraag
Appellant is op 16 februari 2026 in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte het verbod van non-refoulement niet had getoetst, verwijzend naar het arrest Adrar van het Hof van Justitie. De Afdeling overwoog dat bij bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000, die samenhangt met een lopende asielaanvraag, de bewaringsrechter niet verplicht is ambtshalve te toetsen of het non-refoulementbeginsel zich tegen uitzetting verzet.
De Afdeling bevestigde dat de rechtbank haar uitspraak niet onjuist heeft gemaakt door deze toetsing niet uit te voeren. Verder oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak en dat er geen noodzaak was tot het stellen van prejudiciële vragen. De bewaring werd niet onrechtmatig geacht en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van appellant wordt bevestigd.