ECLI:NL:RVS:2022:1813
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring vreemdeling wegens zicht op uitzetting en proceskosten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling met Algerijnse nationaliteit in bewaring op grond van artikel 59b en aansluitend artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling gegrond wegens het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en kende schadevergoeding toe. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat voor bewaring op grond van artikel 59b, gekoppeld aan een lopende asielaanvraag, zicht op uitzetting geen vereiste is. Hierdoor werd de uitspraak van de rechtbank in zaak NL22.4870 vernietigd. De uitspraak in zaak NL22.4881 betreffende de algemene bewaring werd bevestigd omdat de rechtbank terecht oordeelde dat er geen zicht op uitzetting was.
Verder werd geoordeeld dat de vreemdeling ten onrechte op grond van artikel 50a Vw 2000 was opgehouden, maar dit gebrek woog niet op tegen de belangen van de bewaring. De proceskostenveroordeling werd aangepast omdat de zaken niet als samenhangend konden worden beschouwd. Het beroep in zaak NL22.4870 werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.277,00.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak over bewaring gekoppeld aan asielaanvraag, bevestigt de algemene bewaring, wijst schadevergoeding af en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.