ECLI:NL:RVS:2026:2677
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verklaring omtrent gedrag voor stage in onderwijs na registratie strafbare feiten
Appellant vroeg op 15 september 2025 een verklaring omtrent gedrag (VOG) aan voor een stage bij een onderwijsinstelling. De staatssecretaris weigerde de VOG op grond van het objectieve criterium, omdat binnen de terugkijktermijn van vier jaar plus de duur van vrijheidsbeneming meerdere strafbare feiten in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) waren geregistreerd, waaronder ernstige en openstaande zaken.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de feiten terecht aan appellant mocht tegenwerpen en dat het belang van de bescherming van de samenleving, met name de veiligheid van leerlingen, zwaarder woog dan het persoonlijke belang van appellant. Appellant stelde dat zijn taken onder toezicht stonden en dat de feiten zich in de privésfeer afspeelden, maar dit werd verworpen.
In hoger beroep bevestigde de Raad van State dat het objectieve criterium correct was toegepast en dat de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd niet relevant zijn voor de beoordeling. Ook het subjectieve criterium, waarbij het persoonlijke belang wordt afgewogen tegen het maatschappelijke belang, leidde niet tot een andere uitkomst. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag vanwege geregistreerde strafbare feiten binnen de terugkijktermijn.