ECLI:NL:RVS:2026:2793
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen uitzettingsbesluit
Appellant werd bij besluit van 1 augustus 2025 door de minister van Asiel en Migratie opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 februari 2026 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad constateerde dat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend, aangezien de termijn voor het instellen van hoger beroep op 26 maart 2026 eindigde en het beroepschrift daarna werd ontvangen.
De door appellant aangevoerde redenen voor de late indiening werden niet als voldoende erkend, en er waren geen bijzondere omstandigheden (zoals Bahaddar-omstandigheden) die een uitzondering rechtvaardigden. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.