ECLI:NL:RVS:2026:2843
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht bij uitstel van vertrek
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend om uitstel van vertrek te verkrijgen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen en het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. Vervolgens heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen deze beslissing afgewezen.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De griffier heeft appellant meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en de uiterste termijnen daarvoor. Ondanks deze aanmaningen heeft appellant het griffierecht niet voldaan.
Omdat appellant geen redenen heeft aangevoerd die het niet betalen van het griffierecht rechtvaardigen en er geen bijzondere omstandigheden (zoals Bahaddar-omstandigheden) aanwezig zijn, verklaart de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.