ECLI:NL:RVS:2026:286
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant heeft op 4 juli 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat bij besluit van 15 november 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 25 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 4 september 2025 waarin soortgelijke rechtsvragen zijn behandeld.
Daarom leidt het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.