ECLI:NL:RVS:2026:2875
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onvoldoende refoulementbeoordeling en ondeugdelijke motivering
Appellant, met de Kameroense nationaliteit, kreeg bij besluit van 17 oktober 2023 van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de opdracht de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en werd een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit terugkeerbesluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de minister bij het nemen van het terugkeerbesluit onvoldoende rekening heeft gehouden met het non-refoulementbeginsel. Appellant had tijdens het gehoor verklaard dat hij in Kameroen was ontvoerd door rebellen, opgesloten zat en vreest voor zijn leven bij terugkeer. De minister heeft deze vrees niet adequaat onderzocht noch gemotiveerd in het besluit. Er is niet doorgevraagd naar onderbouwing of bewijs, waardoor het terugkeerbesluit onzorgvuldig is voorbereid.
De rechtbank heeft nagelaten ambtshalve te toetsen of een schending van het non-refoulementbeginsel aan de orde was. De Afdeling verwijst naar relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van de Afdeling die het belang van een zorgvuldige refoulementbeoordeling benadrukken.
Gelet op deze tekortkomingen vernietigt de Afdeling het terugkeerbesluit en de uitspraak van de rechtbank. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd wegens onvoldoende refoulementbeoordeling en ondeugdelijke motivering.