Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2911

Raad van State

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
202501374/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:26 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing overname private schulden in toeslagenaffaire wegens niet-opeisbaarheid

Appellante, een gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht de Belastingdienst/Toeslagen om overname van haar private schulden bij Simtronic voor twee pannensets. De schulden werden deels afgewezen omdat zij pas opeisbaar werden na 31 mei 2021, aangezien de pannensets niet voor 1 juni 2021 waren geleverd.

De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de minister de afwijzing terecht handhaafde, omdat volgens artikel 7:26 lid 2 BW Pro en de algemene voorwaarden van Simtronic betaling plaatsvindt bij aflevering, en de pannensets op de zitting nog niet geleverd waren. Appellante stelde dat de schulden al op 15 juli 2020 opeisbaar waren, los van levering, omdat de levering niet plaatsvond vanwege niet-betaling.

De Afdeling bestuursrechtspraak volgde het oordeel van de rechtbank en minister, stellende dat een schuld pas opeisbaar is als nakoming kan worden gevorderd. Omdat de pannensets niet geleverd waren, was de schuld niet opeisbaar voor 1 juni 2021. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de overname van de schulden bevestigd.

Uitspraak

202501374/1/A2.
Datum uitspraak: 20 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 februari 2025 in zaak nr. 24/1244 in het geding tussen:
[appellante]
en
de minister van Financiën.
Procesverloop
Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overname van private schulden deels afgewezen.
Bij besluit van 18 december 2023 heeft de minister, als rechtsopvolger van de Belastingdienst/Toeslagen, het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 4 februari 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellante] heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 april 2026, waar [appellante], bijgestaan door mr. J.F. Cheung, advocaat in Rotterdam, en de minister, vertegenwoordigd door mr. S. Akkas en mr. M. Bouhoud, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1.       [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om onder meer de openstaande geldschulden bij Simtronic ter waarde van € 2.645,00 en € 1.395,00 over te nemen, die zij heeft gemaakt voor de aanschaf van twee pannensets. De Belastingdienst/Toeslagen heeft het verzoek in zoverre afgewezen, omdat die schulden na 31 mei 2021 opeisbaar zijn geworden. De minister heeft de afwijzing in het besluit van 18 december 2023 gehandhaafd, omdat de schulden pas opeisbaar worden nadat de pannensets zijn geleverd en de pannensets niet voor 1 juni 2021 zijn geleverd.
Uitspraak van de rechtbank
2.       De rechtbank heeft overwogen dat de minister terecht de weigering van de overname van de schulden bij Simtronic heeft gehandhaafd. Artikel 7:26, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de algemene voorwaarden van Simtronic bepalen namelijk dat betaling geschiedt ten tijde van de aflevering. Aangezien op de zitting bij de rechtbank van 14 november 2024 is gebleken dat de pannensets toen nog niet waren geleverd, zijn de geldschulden van [appellante] bij Simtronic niet voor 1 juni 2021 opeisbaar geworden, waardoor ze niet in aanmerking komen voor overname in kader van de hersteloperatie toeslagen.
Hoger beroep
3.       [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de schulden bij Simtronic niet voor 1 juni 2021 opeisbaar zijn geworden. De schulden zijn namelijk op 15 juli 2020 opeisbaar geworden, aangezien dit de oorspronkelijke leveringsdatum was. De opeisbaarheid staat volgens [appellante] los van de levering. De rechtbank is er namelijk aan voorbijgegaan dat de pannensets niet zijn geleverd, juist vanwege het niet volledig betalen van de aankoopprijs.
3.1.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5101, onder 7) is een schuld opeisbaar als de schuldeiser nakoming kan vorderen. Omdat de pannensets nog niet zijn geleverd, is niet voldaan aan de voorwaarde dat de schuld aan Simtronic voor 1 juni 2021 opeisbaar was. De Afdeling volgt daarom het oordeel van de rechtbank en de conclusie van de minister.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
4.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
5.       De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier.
w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Rijsdijk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026
488/705-1197